Rond de dood wordt vaak gesproken over zekerheden. We willen weten hoe lang het nog duurt, of het pijn doet, hoe het precies zal gaan. Alsof er een draaiboek zou zijn dat we alleen maar hebben te volgen.
Maar rond de dood woont vooral twijfel.
Twijfel komt ’s nachts, wanneer het huis stil is. In de blik tussen twee mensen die elkaar niet willen verliezen. In het lichaam dat niet meer meewerkt en in het hoofd dat achterloopt. En ook in de spreekkamer, achter het bureau en onder de witte jas.
We doen vaak alsof twijfel een tekortkoming is. Alsof je gefaald hebt wanneer je het niet precies weet. Alsof je sterk moet zijn, moedig, standvastig – en dus zonder aarzeling. Maar de dood is geen wiskundesom. Er is geen antwoordmodel achterin het boek.
Er is alleen een verhaal dat zich onvoorspelbaar ontvouwt, met omwegen, terugslagen en momenten van onverwachte helderheid.
Ik ontmoet stoere mannen die ineens vragen of het echt ophoudt. Jongeren die zich afvragen of het genoeg was. Ouders die bang zijn dat hun kinderen hun stem zullen vergeten. Sommigen twijfelen aan God. Anderen aan de arts. Soms aan allebei.
En ik twijfel ook.
Of ik het juiste zeg. Of ik te vroeg ben. Of te laat. Of ik iemand onnodig hoop geef, of juist te snel iets kapotmaak. Of ik dichtbij genoeg ben. Of misschien te dichtbij.
Twijfel is geen zwakte. Twijfel is een gevolg van betrokkenheid. Je kunt alleen twijfelen als het je raakt. Wie niets voelt, twijfelt niet. Wie liefheeft, twijfelt voortdurend: doe ik het goed? Ben ik er genoeg? Had ik anders moeten kiezen?
En zo staat twijfel naast het bed van iemand die gaat sterven. Niet als vijand, maar als stille metgezel. Soms fluistert ze dingen die we liever niet horen. Soms legt ze een hand op onze schouder en zegt: je hoeft het niet allemaal te weten. Je hoeft het alleen niet alléén te dragen
Aan het eind van een gesprek zei een patiënt eens: “Ik weet niet of ik bang ben voor de dood, of voor de twijfel ervoor.” We keken elkaar aan en moesten gek genoeg even lachen om de eerlijkheid ervan. Het was geen harde grap. Meer een verzuchting, maar hij was zo raak.
Misschien is dat het dichtst dat we bij zekerheid komen. Dat we de twijfel durven erkennen én elkaar vasthouden terwijl we dat doen.
Sander de Hosson, Carend